Om terroristen op te sporen moeten de landen van de EU cruciale informatie ruimhartig delen, vindt eurocommissaris Frattini van justitie.
“We hebben al het Europese arrestatiebevel, nu is het tijd voor een Europees ’bewijsbevel’.” Volgens Franco Frattini is de mogelijkheid van landen om elkaar te kunnen raadplegen een van de belangrijkste middelen om daders van terroristische aanslagen op te sporen. “De basis voor het uitwisselen van informatie is wederzijds vertrouwen”, zegt hij. “Wat we nodig hebben is minder wetgeving en meer operationele actie.” Volgende week presenteert Frattini zijn ideeën in een concreet voorstel voor het bestrijden van terrorisme.
Maar momenteel lijkt juist dat vertrouwen nog ver te zoeken. Lidstaten zijn vaak allerminst bereid om informatie uit te wisselen. Daar komt bij dat alle landen volgens hun eigen inzichten bepalen welke informatie ze relevant vinden om op te slaan en te bewaren. Frattini: “Op dit moment zijn er 25 landen die 25 verschillende manieren hebben om met de data van telefoon- en internetverkeer om te gaan.” (Martijn: zie ook de bewaarplicht discussie in Nederland)
Groot-Brittannië wil daar een einde aan maken door alle EU-landen te binden aan de plicht om informatie van telefoontjes en mails ten minste drie jaar vast te houden. Dat voorstel komt vandaag ter sprake op een bijeenkomst van EU-ministers van binnenlandse zaken en justitie in het Britse Newcastle.
Deze vergadering van ministers heeft een informeel karakter, zodat er geen beslissingen kunnen worden genomen. De Britse minister van binnenlandse zaken Charles Clarke drong gisteren in het Europarlement in Straatsburg echter aan op haast. “Vechten tegen terroristen zonder dat we dit soort data kunnen bewaren, is als vechten met onze handen gebonden op onze rug.”
Maar het Europees Parlement vreest dat de ministers met het onderwerp ’aan de haal’ gaan en daarbij belangrijke burgerrechten als privacy veronachtzamen. Tegelijkertijd is er brede erkenning voor het standpunt dat ook de huidige situatie verre van ideaal is. “Sommige landen slaan informatie nu vijf jaar op, andere drie of één jaar, en weer andere helemaal niet”, zegt Martin Schulz, leider van de socialisten in het parlement. “Dat moet worden gelijkgetrokken.” Gebeurt dat niet, dan is de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid in de EU ver te zoeken. Maar het parlement wil er hoe dan ook bij worden betrokken.
(Bron: Trouw, 8 september 2005, www.trouw.nl)
Met spanning wacht ik op de plannen van Frattini. De bewaarplichtdiscussie in Nederland hoort natuurlijk ook binnen een context. De huidige discussie gaat voornamelijk over privacy en de argumenten zijn nog heel erg oppervlakkig en weinig onderbouwd.






