Minister van IT

Om de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid te verbeteren vind met enige regelmaat een bijeenkomst plaats tussen enerzijds ambtenaren (DG’s, CIO’s, medewerkers) en anderzijds de public-verantwoordelijken vanuit het bedrijfsleven.

Op 13 september heeft een bijeenkomst plaatsgevonden, waarbij aan een 6-tal vertegenwoordigers van het bedrijfsleven is gevraagd als beoogd kandidaat ‘te solliciteren’ naar de post van Minister van IT. De avond, waar een 75-tal mensen aanwezig was, stond onder de bezielende leiding van Jort Kelder, en het panel werd gevormd door Jaap Uijlenbroek (DG Organisatie & Bedrijfsvoering Rijk), Maarten Hillenaar (CIO-Rijk), Daniel Erasmus (Lecturer Universiteit Leiden, eigenaar van DTN en in opdracht van EZ verantwoordelijk voor het document ICT’2020 – 4 scenario stories), Nicole Kroon (Directeur ICT en toepassing bij Economische Zaken) en Sylvia Roelofs (directeur ICT~Office).

Bijgaand de tekst van mijn ’sollicitatie’

Sollicitatie Minister van IT – Geert van den Goor

Goedemiddag dames en heren,

In mijn huidige werk bij Accenture draait alles om innovatie en het verbeteren van de bedrijfsvoering door toepassing van IT, in alle industrieën en specifiek in de gezondheidszorg en de overheid. In mijn huidige functie werk ik dan ook aan het verbeteren van de bedrijfsvoering van de Nederlandse overheid, waarbij uitkomsten gerealiseerd worden in nauwe samenwerking met opdrachtgevers.

Vandaag licht ik mijn kijk op de rol van een minister van IT toe, in de vorm van een open sollicitatie.

Dit zal ik doen door eerst de missie die ik voor mij zie als minister toe te lichten. Wat mij betreft is deze gericht op drie terreinen waarop IT een rol speelt:

  1. Burgers en bedrijven: de belangrijke maatschappelijke thema’s
  2. Interactie tussen burgers en bedrijven, en het openbaar bestuur
  3. Ontkokering van de overheid

Op basis van deze onderverdeling zal ik mijn missie en visie als minister van IT toelichten – dat wil zeggen, wat de missie en visie in mijn ogen zou moeten zijn. Ik rond af met een aantal concrete resultaten die ik wil neerzetten in de komende vier jaar en waar u mij op kunt afrekenen in 2014. Daarna beantwoord ik graag uw vragen. Bij mijn aanpak speelt mijn opgebouwde kennis van de overheid een belangrijke rol. Ik heb ook mijn inzichten bij andere industrieën meegenomen, zoals overheden buiten Nederland en ervaringen in het bedrijfsleven.

Concern en Bedrijfsvoering

Als beoogd minister wil ik de overheid graag als een concern beschouwen, met divisies en business units (ministeries en uitvoeringsorganisaties), waarbij ik de rol van de minister van IT over de verschillende divisies heen zie.

Voor ik begin nog één punt. De oorspronkelijke opdracht beschreef een ‘minister van IT’. In mijn ogen loopt dit echter voor een belangrijk deel synchroon met de bedrijfsvoering, zeker waar het de ondersteunende bedrijfsprocessen betreft. Hier zal ik in mijn aanpak dan ook een aantal malen aan refereren.

Missie

Zoals gezegd draait mijn missie om innovatie op drie terreinen:

(1) burgers en bedrijven: de belangrijke maatschappelijke thema’s

(2) interactie tussen burgers en bedrijven, en het openbaar bestuur en

(3) ontkokering van de overheid

Op mijn prioriteitenlijst als minister staan de ‘klanten’ van de overheid – burgers en bedrijven – nadrukkelijk vooraan. Ik meen dan ook dat ik als minister pas goed presteer wanneer de burgers, bedrijven en ambtenaren gebruik maken van de voordelen die een nadrukkelijke regie van IT en bedrijfsvoering met zich meebrengt.

Ik zal elk van deze thema’s kort benoemen, in het vervolg van mijn aanpak zal ik deze verder uitwerken.

Mijn eerste missie als minister van IT zie ik in de grotere maatschappelijke thema’s, met als doel leven en werken beter maken. Als minister zorg ik ervoor dat burgers en bedrijven worden gefaciliteerd door ondersteuning en reductie van lasten. Ik doe dit door het nemen van initiatieven op het gebied van innovatie. Dit bevordert de kwaliteit van beleid en beleidsuitvoering. Als minister innoveer en stimuleer ik maatschappelijke thema’s door over de ministeries heen IT in te zetten ter ondersteuning. Samen met collega vakministers houd ik mij dan ook bezig met de beleidsterreinen veiligheid, mobiliteit, onderwijs, zorg, energie transitie en globalisering.

Mijn tweede missie als minister is door middel van innovatie zorgen dat burgers en bedrijven een centrale plaats innemen in het openbaar bestuur. Daarbij draait het om interactie tussen de overheid en haar klanten. Als minister vergroot ik de klantgerichtheid en de toegankelijkheid van de overheid door toepassing van IT. Ik zorg er daarnaast voor dat de werkomgeving van de overheid een aantrekkelijke is voor werknemers – die in de toekomst niet alleen schaars zullen worden, maar ook mobieler en minder verbonden aan één werkgever.

Mijn derde missie als minister is de ontkokering van de overheid. Als minister neem ik een plaats in die de ketenpartners van de overheid (zowel departementaal als uitvoeringsinstanties) overstijgt. Dit draagt bij aan ontkokering en rijksbrede initiatieven. Dit stelt de overheid in staat om als een eenheid te opereren. Dit leidt tot schaalvoordelen en kostenreductie.

Zoals uit de verwoording van mijn missie blijkt, is mijn beeld van deze ministerspost breder dan alleen de ‘IT spullenboel’. De reden hiervoor is dat ik denk dat een te enge opvatting niet past bij de cruciale rol van IT in onze samenleving.

Visie

Mijn visie is een uitwerking van de missie op de genoemde drie terreinen

Burgers en bedrijven: belangrijke maatschappelijke thema’s

Mijn doel is dat in 2014 de ‘klanten van de overheid’ de minister als succesvol percipiëren door het realiseren van concrete en zichtbare bijdragen aan de maatschappelijke thema’s zoals veiligheid, mobiliteit, onderwijs, zorg, energie transitie en globalisering.

Wat mij betreft is Nederland in 2014 veiliger geworden dankzij de toepassing van IT bij preventie en repressie van criminaliteit. Zo wordt IT meer gebruikt voor tijdige en betere herkenning van risico’s. Dankzij intelligente software en innovatie op het terrein van gezichtsherkenning worden verdachten (of eventueel vermiste kinderen of TBS-patiënten) sneller gevonden.

De mobiliteit is in Nederland in 2014 toegenomen. Congestie is afgenomen. Dat betekent minder files, minder opstoppingen, meer transport en minder frustratie. De voordelen voor ‘BV Nederland’ zijn enorm. Niet het rekeningrijden, maar het nieuwe werken, met een grote flexibiliteit in werktijden en plaatsonafhankelijkheid, wordt dankzij een intelligente inzet van IT op grote schaal toegepast. In andere woorden: waarom twee uur in de auto zitten voor een vergadering van een uur en niet gebruik maken van video conferencing?

In 2014 is de kwaliteit van het onderwijs dankzij IT-toepassingen toegenomen. Kennisdeling tussen scholieren en docenten is flink gestegen en leerlingen hebben toegang tot online lesmateriaal. Opleidingen zijn niet meer afhankelijk van klaslokalen, waardoor docenten onderwijs kunnen verzorgen voor leerlingen die over het hele land zijn verspreid.

De kwaliteit van de zorg is toegenomen. Veilige uitwisseling van Patiëntendata stelt artsen in staat om sneller en beter diagnoses te stellen. Informatie wordt meer, beter en sneller uitgewisseld, waarbij de patiënt zelf een sleutelrol speelt. Door de toenemende vergrijzing – en het groeiend aantal potentiële patiënten – neemt het belang van virtuele diagnoses toe. IT en de beschikbare informatie van patiëntenprofielen stelt ziekenhuizen in staat om gezondheidsproblemen te onderkennen voordat deze zich hebben voorgedaan.

In 2014 speelt Nederland sterker in op globalisering. Ketenintegratie speelt niet alleen in Nederland, maar ook tussen Nederland en andere landen. De voordelen van toenemende mondiale integratie zijn merkbaar door toepassing van internatonale expertise in gebieden waar in Nederland sprake is van kennisschaarste. Productielijnen zijn nóg minder afhankelijk van landsgrenzen. We vinden het in 2014 heel normaal om IT-overheidsprojecten met Australische, Poolse en Indiase collega’s uit te voeren.

Ook de energie-huishouding zal in 2014 stevig op weg zijn om te wijzigen. Als minister van IT initieer en stimuleer ik ontwikkelingen op het gebied van smart grids, smart cities en decentrale opwekking. Zonder innovatieve IT gaat dit namelijk niet van de grond komen.

Zoals eerder gezegd kan ik dit niet alleen doen, maar kan dit alleen in een samenspel met mijn collega-ministers tot een succes worden. Wel heb ik mij tot doel gesteld om op deze domeinen een belangrijke initiërende, stimulerende, en zoals de Engelsen zo mooi zeggen een ‘enabling’ rol te spelen. En soms zal dit ook een sturende rol vergen

Interactie burgers en bedrijven met overheid

Het tweede terrein dat ik tot mijn werkterrein reken is de interactie van de burger en bedrijven met de overheid

De klantgerichtheid van de overheid is in de afgelopen jaren aantoonbaar toegenomen. Echter, we zijn er wat mij betreft nog lang niet.

Mijn droom is een situatie zoals in New York, waar je één telefoonnummer belt voor al je vragen aan de overheid. Mijn droom is een situatie als in Singapore, waarbij er één portaal en één nummer is voor alle vragen aan de overheid.

New York en Singapore zijn voor mij inspiratiebronnen voor verbeteringen in Nederland. Burgers en bedrijven ervaren een overheid die met behulp van IT optimaal samenwerkt middels één portaal en één nummer voor alle vragen. Dit wordt mogelijk gemaakt door intensieve kennisdeling tussen overheden. Als minister van IT zie ik dit als een belangrijk gebied van mijn rol.

In 2014 is personeel schaarser geworden. Toch kan de overheid haar taken effectief uitvoeren dankzij het ambtenarenbestand dat gebruik maakt van innovaties die werken vergemakkelijkt. Het kantoorparadigma wordt radicaal doorbroken. Ik zie dan ook een ambtenaar 5.0 voor me die niet meer in het paradigma ‘vijf dagen van 9 tot 5’ denkt of werkt. Deze ontwikkeling om meer flexibiliteit te bieden is wat mij betreft overigens niet alleen gebaseerd op schaarste aan personeel en mobiliteit, maar ook omdat de nieuwe generatie ambtenaren dit wil en eist van een moderne werkgever.

Samenwerking, kennisdeling en projectmatig werken is in 2014 dan ook in hoge mate ingeburgerd en gedigitaliseerd. Ik zie ambtenaren onafhankelijk van tijd en plaats werken. De vergaderingen worden niet meer wekelijks in een Haags kantoor gehouden, maar op vrijdagmiddag vanuit de tuin dankzij een videconferentie en smartphone. Of van onder een palmboom.

Ontkokering overheid

Derde speerpunt voor mij is de ontkokering van de overheid en daarmee kostenbesparing.

‘Kostenoverschrijding en vertraging op grote IT-programma’s van de overheid behoren in 2014 tot het verleden’.

Dat is iets wat ik heel graag zou zeggen, maar is helaas zoals u en ik weten niet reëel. Net als in het bedrijfsleven zullen er programma’s zijn die niet perfect ‘on time, on budget’ zullen worden geleverd. Ik zal echter wel zorgen voor een transparant concern, waar niet de schuldvraag centraal staat, maar waar vroegtijdige bijsturing mogelijk is. Dit is ook mogelijk door eenduidige stuurinformatie aanwezig is en wordt gerapporteerd.

Als beoogd minister werk ik aan een aantal overheidsbrede basisvoorzieningen, waarbij een niet tijd of plaatsgebonden werkplek beschikbaar is voor iedere ambtenaar, er sprake is van werkende basisadministraties en een bundeling van IT.

Ten aanzien van deze bundeling van IT zie ik voor me dat dit in ieder geval de infrastructurele componenten en de werkplek betreft. Daarnaast zie ik een bundeling van verschillende technologieën op ‘concern’niveau in de vorm van expertise centra, bijvoorbeeld rondom oplossingen als Oracle, Microsoft, SAP en Open Source toepassingen. Hiermee wordt voorkomen dat het wiel op 10 (en soms wel 100) plekken tegelijkertijd wordt uitgevonden.

In mijn ogen vanzelfsprekend is dat het functionele en procesbeheer bij de departementen en uitvoeringsorganisaties blijft, dit is namelijk vaak direct gelinked aan het primaire proces.

Daarnaast zie ik samenwerking tussen overheid en markt als cruciaal. Gezien de schaarste op IT-gebied zal dit belang alleen maar toenemen, waarbij heldere ‘make or buy’  afwegingen dienen te worden gemaakt en het in het buitenland laten uitvoeren van delen van de IT geen verboden gebied meer is.

Randvoorwaarde hiervoor is echter een vertrouwensrelatie tussen overheid en markt, hetgeen van beide zijden aanpassingen zal vergen!

Tot slot

Mijn doel als beoogd minister van IT is om de komende vier jaar bij te dragen aan een beter Nederland. Ik zie voor me dat dit ook in een aantal concrete resultaten wordt vastgelegd, waar u mij over 4 jaar op mag afrekenen.

Deze nu nog ontbrekende schakel tussen de verschillende onderdelen van het concern ‘Overheid’ waar het de slimme, innovatieve en kostenefficiënte toepassing van IT betreft wil ik komende 4 jaar graag met alle enthousiasme invullen als minister van IT.

Indien u mij inderdaad als een goede kandidaat ziet voor de Minister van IT dan kan ik u, tegen de haagse mores in, meedelen dat ik beschikbaar ben. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de komende dagen of weken in de formatie zal ik dan als vervolgstap bekijken bij welke partij ik mij kan melden!

Bedankt voor uw aandacht.

  • Link
  • |
  • Comments (1)
  • |
  • |
  • |
  • |
4 votes, average: 4.75 out of 54 votes, average: 4.75 out of 54 votes, average: 4.75 out of 54 votes, average: 4.75 out of 54 votes, average: 4.75 out of 5
Loading ... Loading ...

  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Digg
  • Diigo
  • Reddit
  • Sphinn
  • StumbleUpon
  • Technorati
  1. Dirk Jan Geertsema says:

    Geert for IT Minister.. mijn stem heb je!

Leave a Reply